|
|
DUCATI MECCANICA |
| |
Ducati Meccanica |
| |
Patrick Fret |
|
 |
Ducati Meccanica startte in 1946, te Bologna, met de produktie van een 50cc viertaktmotor welke men onder een fietskader kon monteren. Ducati had de rechten voor het bouwen van deze motor overgenomen van de firma Siata welke gevestigd was te Turijn. Deze voorloper van de huidige Superbike monsters leverde het niet direct overweldigende vermogen van 1 (één) pk. Later werd dit |
| blok verbeterd (de laatste versie leverde 1.5 pk) en in 1950 werd tezamen met Aero Caproni (Ducati leverde de motor en Caproni het rijwielgedeelte) de productie gestart van de eerste volwaardige motorfiets met een cilinderinhoud van 60 cc. Deze motor kon de bangelijke snelheid bereiken van 65 km/u en woog 44.5 kg. |
In 1952 werd op de motorshow van Milaan een verbeterde versie van deze motorfiets geïntroduceerd, welke een 98cc motor met stoterstangen bezat, en een topsnelheih kon halen van 87 km/u. Deze motor was nog in productie toen in 1954 ing. Fabio Taglioni bij Ducati kwam werken in de functie van technisch directeur en hoofd ontwikkeling (tegenwoordig zou men dat R&D noemen). Hij begon
|
|
| direct met de ontwikkeling van een nieuw motorblok voorzien van een door een koningsas aangedreven enkele bovenliggende nokkenas. Dit blok vormt de ontwikkelingsbasis van de ganse ééncilinderlijn welke in productie was tot 1974, zowel met Desmodromische klepbediening als met klepveren, en welke een cilinderinhoud hadden van 100 tot 436 cc. De eerste motorfiets voorzien van dit blok, de 100 Gran Sport, heeft in de wegraces die toen in Italië gereden werden, zoals Milaan-Taranto en de Motogiro, vele successen behaald en zorgde ervoor dat met Ducati serieus rekening werd gehouden op motorsportvlak (in Italië, want hier begon Ducati pas door te dringen in de zestiger jaren). |
 |
In 1956 verscheen de eerste Ducati met Desmodromische klepbediening in de vorm van een ééncilinder Grand-Prix racer, die zijn debuut maakte tijdens de Zweedse GP, en deze nog won ook! Ducati zou nog vele jaren met wisselend succes actief blijven in de wegracerij en zou hiervoor in de zestiger jaren parallel-twin en vier-in-lijn machines ontwerpen, begin de jaren zeventig zette men de eerste V-twin in (500 cc). |
| In 1968 werden de eerste ééncilinder desmo motorfietsen voor gebruik op de openbare weg geproduceerd, in 1971 verschenen dan de zogenaamde “silver desmo’s” (zo genoemd omdat ze gespoten waren in een zilverkleurige metalflake verf). De laatste in de lijn van de ééncilinders waren de yellow desmo’s (1973), gespoten in, hoe raad u |
|
| het, okergeel. Deze werden geproduceerd tot in 1974 en waren als eerste Ducati’s voorzien van een schijfrem. De “yellow desmo’s” waren de laatste in de lange lijn van Ducati ééncilinders (op de Supermono na, maar deze is nooit in serieproductie gegaan). |
|
|
|
|